De Grientereed

Ien mei fan de lêste net ferhurde wegen en diken is de saneamde Grientereed oan de noardkant fan it doarp Nijewier. Griente is de Fryske beneaming fan it Nederlânske ‘groente’. Wy kenne it net oars as Grientereed, mar der binne yn de gemeente Dongeradiel wol in stik of fiif, seis Grienereden- as paden, ek wol as wei beneamd.
It soe ek kinne dat it in ferbastering is fan it Nederlânske ‘groene onverharde weg of pad’, it is wol dúdlik dat hjir it gebiet fan de griente in trochrinnende hegere klaairêch is yn it lânskip, dy’t mooglik yn eardere tiden ek in wetterkearende funksje hie.
Op âlde kaarten is ek noch te sjen dat de saneamde ‘String’, tusken de Brunia’s pleats en nei de Griente ta, in âlde wetterkearing wie, wer by it âld Mear yn in gruttere omgong oant Ropta foarby gie. Ek wie der lyts hondert jier ferlyn in brêge yn de Grientereed. Dat is no in dûker. De skilder Ids Wiersma, dy’t libbe fan 1878 oant 1965, hat der in prachtige etstekening fan makke. Mei de ruilferkaveling om 1970 hinne is ek it fuotpaad, dat neist de Grientereed rûn, wei wurden. Foaral mei in wiete hjerst en yn ‘e winter wie it net sa bêst begeanber. Ieuwenlang hat der in frij grutte pleats stien (een huis met een hornleger). Al fan ûngefear 1600, op it stee dat no eigendom is fan Romke en Hiekje van Dellen. De grûn, ‘wenhichte’ fan it saneamde Grientehûske hat in beskerme status. Der mei net mear boud wurde. It is ien fan dy bysûndere âlde ûntslutingsdiken yn it lânskip fan Dongeradiel. It hâldt ek de skiednis libben fan de tiid dat de measte diken en wegens, lân en modderpaden wienen. It wie de ferbining nei Ropta Mitselwier en Ljussens ta. Want de hjoeddeiske Mearswei is yn 1876 oanlein tusken Nijewier en Mitselwier. Derom sil de Grientereed, dat altyd al in begryp west hat yn Nijewier, bliuwe en har namme hâlde, al slingerjend troch it lânskip.

It Grientehûske

Wie op een kaart een blik werpt op Niawier vindt aan de noord-oostkant een nog niet geasfalteerde landweg. Bij het begin, met aan de oostkant de in 1970 aangelegde bietenopslagplaats, aangelegd in het kader van de grote ruilverkaveling die duurde van 1970 tot 1992. Het is een echte landweg die tussen de landerijen doorslingert. Het toont een open landschap, waar de ‘griente’, zo wordt dit gebied genoemd, in volle glorie wordt getoond. Ook zou de naam vroeger betekenis hebben gehad als een verhoogde groene weg. Velen uit ons dorp weten nog dat het met name in het natte jaargetijde een slecht begaanbare modderreed was, waarnaast een lager gelegen, smal voet-en fietspad liep. Ongeveer halverwege is er een duiker aanwezig in de weg of ‘Grientereed’, zoals de benaming officieel luidt. Ouderen herinneren zich, dat er voorheen een houten brug of barten over de afwateringssloot lag met aan weerzijden een leuning. De weg verdergaand, volgt na het passeren van het ‘krûm pouns miet’ een kruispunt met rechts de platte reed en links de z.g. string, een lang en smal gerekt stuk land, dat een verbinding vormde met de boerderij en de landerijen van nu Yme Willem Brunia. Dan even verder een hoog gelegen stuk grond, waarbij een kleine berging is te zien en waar wat kleinvee in is onder gebracht. Om dit perceel is het ons begonnen, de verdwenen woonbebouwing. De tegenwoordige eigenaars zijn sedert 22 mei 1993 Romke van Dellen, gehuwd met Hiekje Elzinga. Het perceel is genummerd als nr. 142 sectie F. Nijkerk, groot 25 are en 60 centiare. Wij willen trachten in het kort de lange en veel bewogen geschiedenis van ‘It Grientehûs’ na te gaan.
Wij komen voor het eerst in de quasatiekohieren in het jaar 1640 Douwe van Sckinga als eigenaar tegen met als huurder Benedictus Douwes en er behoorde in totaal 32 pondemaat land bij de boerderij met het land dat aan weerzijden van de weg lag. Rond 1700 is Jonkheer Johan de Wolf de eigenaar van de stemdragende boerderij nr.5 (Zie voor verklaring de betekenis van het gegeven ‘stemdragend’, het artikel over de smidse in Niawier). Tot 1728 is Eelcke Pyters de huurder en nu is er zelfs 69 pondemaat in de huur. Het meeste ervan ‘ten Oosten van de Wegh’.
In 1738 is Wed. de Baux de eigenares, met Dirck Feies als huurder. Na 1748 is Abram Blom bewoner-huurder en in 1758Gosse Rienx. Dan komen wij in 1768 Pieter Jacobs c.s. als eigenaar tegen met Minne Rienx als huurder. In 1778 is Sybe Jacobs c.s. eigenaar. Dan komen in 1788 in de reëlkohieren, dit waren de opvolgers van de quasatiekohieren, als eigenaars voor Sybe Jacobs en Fetse Jacobs, ieder voor de helft. Er worden dan bij de 69 pondemaat eigen land nog 19 ½ pondemaat bijgehuurd, wat aangeeft dat het een flinke grote boerderij was. In 1798 komen wij Atse Lieuwes tegen als eigenaar bewoner. Dan in 1818 isAtze Lieuwes Bosch eigenaar bewoner met 8 ½ pondemaat land. Misschien dat een erfeniskwestie de oorzaak was van de verkleining van de landerijen. Het geeft mogelijk aan dat de boerderij toen verkocht is, waarbij de landerijen die er bij hoorden, naar andere eigenaars zijn gegaan. In 1838 waren Atze, Sybe, Giel en Kornelis Hoekstra de eigenaars waarbij tot 1858 Kornelis Hoekstra de bewoner was. In 1858 is er sprake van scheiding en dan is Geale Kornelis Hoekstra eigenaar bewoner. Deze vertrekt in 1882 naar Stiens waarna H.P. Douma de nieuwe eigenaar bewoner is. Deze was eerder ook timmerman in Metslawier. Zouden huis en schuur bouwvallig zijn geworden? Pier Prins vertelde, uit overlevering, dat nof lang het woonhuis dat langszijde de string stond, door twee gezinnen werd bewoond. Ook komen wij in de 19e eeuw bewoners tegen die woonden in het huis nr. 53. Rond de vorige eeuwwisseling werden veel woningen door meerdere gezinnen bewoond. De tijden waren toen slecht. Rond 1890 moeten huis en mogelijk de schuur zijn afgebroken, want er wordt gesproken van afbraak en stichting. Genoemde H.P. Douma heeft de gardenierswoning zoals te zien op de foto nieuw gebouwd in 1891, mogelijk uit afbraak van de bestaande. Dan wordt in 1907 het huis gekocht door Sijbrens Klazes Sijtsma, geboren 9-8-1876, die gehuwd was met Stijntje Kooistra, geboren 29-6-1976 en in mei 1900 getrouwd. Dit echtpaar kwam van Aalzum waar ze woonden op de Zwarte Mosk. Van zoon Daniël Sijtsma, geboren in 1908 en die nu in Zuidlaren woont, kreeg ik waardevolle informatie. De familie Sijtsma is in 1921 verhuist naar de boerderij, nu bewoond door de fam. S.Feenstra-Beets aan de Terpstrjitte 8 te Niawier. Siebe Sipkes Bos die getrouwd was met Elisabeth Eisinga kocht bij verkoop in 1921 bij G. Siccema, kastelein te Niawier, ten overstaan van notaris Aleva van Anjum, land met huis nr. I 112. Het geheel was groot 24 are en 56 ca., waarbij recht van reed was naar drie percelen land over het erf. De koopprijs was f 3401,-.
Toen in 1948 zoon Sipke Bos trouwde met Barber Prins ging deze de boerderij voortzetten in het daartoe geschikt gemaakte pand aan het Linepaad 1 in Niawier. Het ontbreken van gas, waterleiding en stroom maakte het minder aantrekkelijk het bedrijf voort te zetten in het Grientehûske. Wel werd het bedrijfsgedeelte in eigen gebruik gehouden. Het woongedeelte werd verhuurd. Bewoners zijn nadien geweest Yke van der Meulen, Tsjebbe de Groot en Sietske Wiersma en de fam. Gerben Helder en Anna Helder-Haaima. Toen in 1974 Sip Bos zijn boerderij activiteiten beëindigde gingen huis en grond over in handen van de Stichting Beheer Landbouwgronden. Deze verkavelden het gehele gebied, dankzij een speciaal bestemmingsplan bescherming, was het perceel als beschermd gebied verklaard door het gemeentebestuur van de toenmalige Gemeente Dongeradeel. Magiel Weidenaar kocht het perceel van de genoemde S.B.L. op 3 maart 1984 door ruiling met het perceel, laatst bewoond door Lubbert Haaies Minnema aan de vaart langs de Singel. Hij hield hier kleinvee in soorten.

Het leegstaande pand raakte in brand en werd afgebroken, waarbij de eeuwenoude waterput en de gierkolk werden opgeruimd, waarbij tevens door de nieuwe verkaveling het recht van overpad verviel. Nadat Magiel Weidenaar na 10 jaar bezit en gebruik, het perceel in 1993 over deed aan Romke van Dellen, ligt het perceel er bij zoals het nu is, een groene verhoging, karakteristiek als een woonhoogte te midden van de landerijen. Wij moeten ons indenken dat de in 1960 aangelegde verkeersweg Ternaard-Dokkumer Nieuwe Zijlen er nog niet was en de zo genaamde Hege Reed de verbinding was om op de Ropsterwei te kunnen komen, bij de boerderij voorheen Jac. Beetsma, nu Ropta. Weinig dat nog herinnert aan de eeuwenlange bewoning en direkte bewerking van de landerijen rondom deze plek.

Of het zou die boom moeten zijn, die volgens overlevering in de grond was gezet en diende als hekpaal, maar spontaan is uitgegroeid tot een boom, die als een groen baken deze bijzondere plek markeert.

Deze kaart is van Eekhof, ongeveer 1840. Deze kaart is jonger dan die van Schotanus van ongeveer 1730. Het bijzondere van Eekhof is wel de vrij nauwkeurige perceelsaanduiding en daarom zo waardevol, omdat met de uitvoering van de grote ruilverkaveling van 1970 tot 1990 het landschap drastisch is gewijzigd. De weg tussen Niawier en Metslawier liep tot vier percelen land, tot de zogenaamde en nu verdwenen Aldmearsreed. Ook de verhoging in het landschap met een * teken aangeduid, is verdwenen, met de aanleg van de weg tussen Niawier en Metslawier in 1876, het zogenaamde ‘poltsje’. In het verleden was dit een stemhebbende plaats of boerderij, die in een volgend nummer besproken zal worden. De Grientereed wordt hier Groenteweg genoemd. Duidelijk is te zien waar de tegenwoordige duiker de plaats heeft ingenomen van een brug of barte. Tevens de zogenaamde viersprong, string, Grientereed met in het verlengde de Hoge reed, naar de Ropsterwei en oostelijk de Platte reed, die op het eind via een plank over enkele sloten een verbinding met de Aldmearsreed bewerkstelligde. Het perceel, het zogenaamde ‘krûmpounsmiet’ is ook duidelijk te zien op deze kaart.
Inkele lânnammen dy’t foar de ruilverkaveling fan 1970 yn it gebiet fan’e Griente brûkt waarden, wurde hjir noch neamd:
De Skulp, Pastorielân, Bartsje fjouwer, de Bile, de Sachte trije, de Geale seis, Quos, de Ham, de Foarste en de Achterste trije, Tsjerkelân, de Túntsjes, 2 keer 4 pm. west oan de Grientereed, de Koarte trije, de Lytse acht, de Grutte fiif en de Lytse fiif.

Met dank aan:
Rein Tolsma (Oosternijkerk),
Sipke Bos,
Pier Prins,
Magiel Weidenaar,
Romke van Dellen,
Daniël Sijtsma e.a.

Jan Walda

Copyright © Jan Walda

Bron: Publicatie in “Doarpskrante fan Nijewier – Wetsens”

Grientereed