De familie Erich

Schoenmakersfamilie in de 19e eeuw te Niawier.

Door een toevallige ontmoeting met de familie Hooghiemstra in Heerenveen en Leeuwarden, die jarenlang een brandstoffenhandel in Dokkum hadden, danken wij bijgaand verhaal. Wouter en Koos Hooghiemstra hun grootmoeder Janke Erich was afkomstig uit Niawier. Daar de fam. Hooghiemstra nog enkele oude foto’s en andere documentatie bezaten, was dit een reden genoeg om nader onderzoek te doen naar de herkomst van de familie Erich en hun tijd van werken en leven in Niawier, dat toch wel ruim tachtig jaar geduurd heeft. Het blijkt uit het bevolkingsregister van 1849, dat kadastraal bekend B 773 huis no. 31 woont Fransiscus Franzes Erich, oud 31 jaar met zijn vrouw Janke Sjabbes Dijkstra, oud 29 jaar. In het register van 1811 van de gezinsnaam-aanneming komen wij de naam Erich in Niawier nog niet tegen.

Volgens de familie zouden de Erich’s oorspronkelijk uit Duitsland zijn gekomen en na een poos als rondreizende hannekemaaiers en handwerkslieden zich naderhand gevestigd hebben in Friesland. Mogelijk is rond die tijd Frans Franziscus getrouwd met genoemde Janke Sjabbes Dijkstra, waarna het paar zich vestigde in Niawier als leerbewerker en schoenmaker. Tuigmaken voor de paarden en in de landbouw was in die tijd puur handwerk. Het feit dat er twee inwonende knechts in dienst waren, n.l. Klaas G. Schoorstra 34 jaar en Jitze D. Wiersma, 15 jaar, mag doen veronderstellen dat er letterlijk en figuurlijk veel werk aan de winkel was. In het Gemeenteoverzicht van de regeling tot handhaving der burenpligtigen uit het jaar 1853 (Sneuper April 1997, no. 41) staat Frans F. Erich vermeld als buurtmeester van de 2e buurt. De naam Erich wordt soms met één e, dan weer met twee ee geschreven.
Bij het gezin wordt een zoon Frans Franciscus genoemd in de leeftijd van twee jaar. Daarna is er in 1932 een zoon Wouter Erich geboren en in 1835 een dochter Romkje Erich en in 1838 haar zuster Gertje en in 1842 zoontje Sjabbe. In het jaar 1869 komt in het bevolkingsregister Wouter Erich naar voren als schoenmaker en hoofd van het gezin. Deze was gehuwd mat Barbara Clara Kienstra, geboren te Dokkum op 2 september 1836 als dochter van Gerardus Kienstra en Eke Jongstra te Franeker. In het gezin werden 6 kinderen geboren waarvan Trijntje op 20-02-1866, Janke 26-10-1867, Frans op 14-12-1870 en een tweeling Wijtske en Jetske op 15-02-1874, waarvan Wijtske op 25-02, een week na haar geboorte, is overleden. Wouter Erich heeft het familiebedrijf in Niawier voortgezet, dat gevestigd was op de plaats waar nu de berging is van Pieter en Tiny Hamstra, en een gedeelte van de tuin van mevrouw Gevers. tegenover de Herv. Kerk. De familie Hooghiemstra, waarvan, van de moederskant, de grootmoeder Janke Erich getrouwd was met hun stamvader Wouter Hooghiemstra, weet uit overlevering zich nog een aantal bijzondere zaken van de familie Erich te herinneren. Zo was opa ook vaste klokkenluider in Niawier en als hij voor zaken naar Dokkum moest, was dat een lopende bezigheid, dat rond die tijd ruim één uur gaans duurde, zoals dat genoemd werd. Tijdens deze tochten werden de vermoeide voeten af en toe een rustpauze gegund, door plaats te nemen op de aanwezige homeije stenen die langs de weg de boerderij-opritten markeerden.
De familie Erich is in Niawier altijd de Katholieke kerk trouw gebleven. Dit komt ook duidelijk naar voren op de ‘bidprenten’, die bewaard zijn gebleven. Dit waren overlijdensberichten van familieleden die bijbelteksten vermeldden, toepasselijk naar het leven van de overledene. Wouter Erich is overleden op 28 februari 1900 in Niawier en aldaar ook begraven. Volgend de familie zijn latere familieleden begraven op de R.K. begraafplaats in Dokkum, die rond 1910 is aangelegd. Dankzij het feit dat zijn zoon Frans, die ook bijenhouder was, een dagboek heeft bijgehouden, is het mogelijk kennis te nemen van zaken rond die tijd. Het is interessant om rond de jaren 1890 – 1896 iets te weten te komen over de woon- werk- en leefomstandigheden van ruim een eeuw geleden. Met toestemming van de familie Hooghiemstra hopen wij in meerdere afleveringen korte schetsen daarvan te geven. Ook de beide foto’s waarvan er één is van de voormalige lagere school in Niawier, met het hoofd van de school meester H. Knoop en een schoolklas uit ongeveer 1872 – 1875 is uniek. Tevens de foto die bij dit artikel hoort. Hij is gemaakt bij het toegangshek van de Hervormde Kerk rond 1915, met op de achtergrond het huis van de familie Erich. Met dank aan de familie Hooghiemstra voor het beschikbaar stellen van deze dorpsdocumentatie.

Bij de foto.
Op de achterkant staat geschreven: v.l.n.r. Oom Frans, broer van Vader, Martsje Harkema, ongehuwd (dochter v.d. bakker) Tante Barbara, zus van Vader, Oom Wouter, broer van Vader.
Ouderlijk huis van Janke Finlch, moeder van Vader           Niawier t/o de kerk. Rechtergedeelte is het woongedeelte, links zal de werkplaats met winkeltje zijn geweest.
Gedeeltelijk is de woning zichtbaar van voorheen Martje Scheepstra, die rond 1946 is afgebroken en waar nu de nieuwbouwwoning staat van de fam. Hamstra.
Op de foto zijn nog meerdere personen zichtbaar, waarvan de namen niet meer te achterhalen zijn.

Uit het dagboek van Frans Erich  1890 – 1894

In deze uitgave van de dorpskrant is reeds het bestaan genoemd van het dagboek van Frans Erich uit Niawier .
In 1890 – 1891 schrijft Frans op 8 oktober: met de start van de nieuwe school is de gymnastiek weer begonnen.
Wij mogen aannemen dat men ook toen al het nut van de gymnastiek in zag.

Wij lezen:
Regel I:           Handen in de zij
Hoofd langzaam voor- en achterover
6 maal na elke 14 dagen, 1 maal weer
Regel II           Armen zijwaarts omhoog
achterwaarts omlaag, borst vooruit, 5 maal
Regel III          Romp draaien, Links, Rechts, 5 maal
Regel IV          Langzaam 10x dijheffen.

Voorzeker een oefening, die de ledematen in beweging brachten.

Frans was ook  bijenhouder en hield daarvan een nauwkeurige statistiek bij.
Deze is van 1894.

  1. Gewin op het koolzaad, eerst matig, later ongunstig
  2. Eerste zwerm 1 juni. Getal oude korven 8. Zwermden de eerste beide vrouwenvolken, die bij elkaar zijn gekomen.
  3. Vanaf begin juli tot het laatst van augustus was het weder slecht.
  4. De klaver stond in volle bloei. Getal de korven 6. September 4 of 5 korven moedeloos, de anderen zijn zeer volkrijk.
  5. Vaale bloemen in overvloed. Wilde balsem op de aardappel. Velden geven bij goed weder goed begin.
  6. Toch slechts een paar dagen hierop gevlogen, veranderde het weder en nu voorgoed.
  7. De bijen zijn hun winter ingegaan met genoegzamen mondvoorraad.
  8. Tien korven zijn geschikt bevonden om opgestald te worden, de overige zijn van al hun lijden en strijden verlost en ter dood veroordeeld.

De tien korven wegen als volgt:
Boven 30. 36. 30. 39 pond
Onder 34. 41. 37. 50. 34. 40 pond
Gewone volgorde, beider vanaf de Oostzijde.

Op 2 Januarie 1895 scheen voor het eerst de zon weer in de bijenstal.

Op 3 Mei was no. 3 boven uitgeput en moest gevoerd worden. De eerste dag gewin.

Frans Erich

Jan Walda