De school van Wetsens

Onderstaand verslag stond in de Nieuwe Dockumer Courant in het jaar 1965. Het artikel is van de hand van de heer van der Veen van Ferwerd afkomstig.
Overigens is er ook een computerversie van alle voormalige scholen in de provincie Friesland, uit praktisch alle dorpen, waar ook veel zaken zijn vermeld
wat het onderwijs betreft. Het leek ons wel geschikt het onverkort over te nemen :

skoallehus wetsens

lt Skoallehûs

 

“De School te Wetzens werd 85 jaar geleden opgeheven. Er waren hoogstens nog 1O leerlingen.
Er werd besloten met ingang van 1 oktober 1880 eervol ontslag te verlenen aan S.S. Feenstra, hoofdonderwijzer te Wetzens, “zijnde ongeschikt geworden door lichaamsgebreken”.

Een opvolger zou niet worden benoemd, want het aantal leerlingen was de laatste jaren zo miniem dat men, tegelijk met het ontslag van het hoofd, de school maar ging opheffen. In het dorpsgebied van Wetzens waren in 1880 19 kinderen tussen de 5 en 12 jaar, waarvan gemiddeld 50% de school bezocht. ( De leerplicht was er nog niet).

De leden van de plaatselijke schoolcommissie, voorzitter ds. J.H. Reddingius, hervormd predikant te Morra en secretaris de heer K. Jansma te Metslawier hadden bij de laatste bezoeken aan de school respectievelijk 6, 7, 8 en 1O leerlingen aangetroffen.

De burgemeester was er een keer geweest toen er slechts drie scholieren verschenen waren.  Later trof  hij er soms 5 of 6 en een enkele maal 9 of   10.

Waar de scholen van Aalzum en Niawier dichtbij waren achtte de raad het gemotiveerd deze kleine school op te heffen. In 1815 waren er nog 20 à 25 leerlingen en in 1817 nog 20.

De waarnemend onderwijzer van Wetzens, T.D. van Teijens was in 1815 overleden. In 1816 ging men over tot het oproepen van sollicitanten. Het traktement was toen per jaar: f 50 van de grietenij, f 56 van de kerk (voor het kosters- en voorzangersambt) f 50 à f 60 huur van 3 pondemaat weiland en de jaarlijkse schoolpenningen van 20 à 25 leerlingen, dit was circa f 25. Er was een vrije woning met hof en tuin. “De oppassing van het kerkhof is voordelig” werd als een afzonderlijke mededeling bij deze oproep geplaatst. Op het examen streden tien sollicitanten om het hoofdschap te Wetzens. Benoemd werd Halbe Jochums Beetsma, onderwijzer van de 3° rang te Boornbergum.

Meester Beetsma vertrok in november 1817 naar Hantumhuizen, waar hij in 1859 is overleden. Opvolger te Wetzens werd Gerrit Andries Veendorp, die op 2 maart 1818 in functie trad en hetzelfde tractement genoot als zijn voorganger. Alleen was het aantal leerlingen tot 36 gestegen. Zij droegen 50 cent per kwartaal bij, de meester kon dus op 60 gulden per jaar rekenen. Bijna 30 jaar was meester Veendorp hier werkzaam. In 1847 is hij overleden.

Waarnemend hoofd werd de onderwijzer Abraham Jansma, die later kon worden aangesteld en in 1854 vertrok naar Wijnaldum.

Van  1854 tot 1880.

Eind 1854 kwam hier als hoofd Johannes Metzlar, ondermeester te Buitenpost.
Hij stond hier nog geen twee jaar, want in maart 1856 verwisselde Metzlar de kleine school van Wetzens met de grote school van Marrum. (125 leerlingen).
Te Marrum is meester  Metzlar werkzaam gebleven. Hij overleed daar op 15 october  1897. Ook meester Pier Willems Wiersma was nauwelijks twee jaar  hier werkzaam.

Op 30 augustus 1859 overleed hij op de jeugdige leeftijd van 29 jaar. Met A.J. Reiding was hij twee jaar getrouwd geweest.

Douwe de Jong jr. werd nu waarnemend hoofdonderwijzer. Hij werd in 1860 vast aangesteld en verwisselde in april 1862 Wetzens met Ee. Uit zes sollicitanten werd in mei 1862 een drietal opgemaakt: S. Feenstra van Hiaure, A.P.W. Eisma van Sneek en Joh. Greidanus van Ferwerd. Benoemd werd S. Feenstra, die dus ruim 18 jaar de jeugd van Wetzens heeft onderwezen.

Meester Feenstra was 50 jaar toen hij pensioen kreeg. Lang heeft hij er niet van kunnen genieten. Op 12 mei 1883 is hij, oud 53 jaar, te Wetzens overleden.”