Een brief uit 1814

 

Een brief uit 1814 naar aanleiding tot een verzoek om ondersteuning van een inwoner te Niawier die woonde in het huis dat voorheen midden op de Brede wei stond, dat een arm voogdij woning was onder nummer 4, waar Geert Jochums Zijlstra, die gehuwd was met Geertje Pieters van der Herberg het beroep van voerman uitoefende. Meerdere personen hebben een dergelijke brief gezonden die vrij zeker door de plaatselijke schoolmeester werd geschreven voor deze familie’s en dan in prachtig mooi schoonschrift.

Geert Jochums Zijlstra wonende te Nijawier, verklaart waarheid acceptabel te zijn, precenteerde zulks met Ede te zullen staven, dat Jan Eeltjes en Doetje Gerbens gedurende dien tijd dat zij te Nijewier hebben gewoond, niet in staat geweest zijn zichzelf te kunnen onderhouden, dat Jan Eeltjes nimmer meer dan een halve daghuur heeft kunnen verdienen, zijnde zijn toestand zeer zwaklijk.Dat Doedtje Gerbens tot substiëntie van haar huisgezin nimmer iets kunnen bijdragen als zijnde zeer zwak van gezicht, zoodat zij volstrekt ongeschikt was om op het veld en in een woord buitenshuis te werken. Voorts verklaart den Declarant, dat hun zoontje bij een ieder werd aangemeld als zeer dom niet alleen, maar zelf als niet ten volle bij zijn verstand zijnde, in uit dien hoofde niet geschikt om van veel nut te zijn voor het huisgezin.

Nijawier den 20 juli Geert Jochums Zijlstra.

Volgens Hans Zijlstra uit Amsterdam werden deze zelfde soort brieven ook geschreven door de volgende personen. Tjomme Tjerks Wytsma, Klaas Klazes Noorden, Hendrik Klazes Vlasma, Klaas Gerbens Klaver
Bron: Brieven in Archief Provinciaal Bestuur ,Tresoar Leeuwarden.

Jan Walda