Een vergadering in Niawier

 

In de vorige doarpskrante was er een verslag van een vergadering van de floreen-plichtigen in Wetsens. Ook voor het Dorp Niawier werd er een soortgelijke vergadering uitgeschreven.
Deze is van 20 October 1857. Het geeft iets weer van de wijze van vergaderen en besluitvorming in die tijd.
Het verslag zelf is in handschrift opgesteld. Vanwege de leesbaarheid is er een getypte versie van gemaakt.
De handtekeningen zijn origineel gekopieerd.

Op heden donderdag den tweeentwintigsten October Achttienhonderd zevenenvijftig des Namiddags ten vijf ure hebben wij Cornelis Andrea, Burgemeester van Oostdongeradeel, ons begeven naar de Kerk der hervormden te Niawier ten einde aldaar de vergadering te leiden van de dijksfloreen-pligtigen van dat dorp, welke na gedane uitschrijving, advertentie in de Courant, huiskondiging en klokklipping aldaar waren bijeengekomen ten einde te deliberen en te besluiten over een voorstel van het Dijksbestuur en Volmagten ter Zeedijks Contributie van Oostdongeradeel om voor de tijd van vijf jaren aanvangende met de jare 1859 een jaarlijkse subsidie ad f 2000,- uit de kas dier Contributie aan de Gemeente Dongeradeel te verlenen, met dien verstande dat even genoemde subsidie dan zal mogen worden toegekend, wanneer na gehele of gedeeltelijke uitkering daarvan een som van minstens f 20,- als reserve fonds bij de Dijkskas aanwezig blijft.
De formaliteiten van het reglement van de stemming van den 1ste February 1803 ten dezen in acht genomen zijnde, is de vergadering door de president geopend verklaard ten overstaan van Johannes Berends Boersma, aangesteld om in dezen functie van dorpsregter waar te nemen, overgegaan tot de stemming over het bovenstaande voorstel.

Er hebben zich voor het voorstel verklaard honderd negen en twintig stemmen en tegen geene.

Zodat met eenparigheid van stemmen is besloten tot de aanneming van genoemd voorstel.
Geen aanmerkingen tegen bedoelde stemming uitgebracht zijnde, waarvan met eenparigheid van stemmen gecommiteerd de aanwezigen getuige waren.
Van al het welk in dit proces Verbaal hebben opgemaakt en na voorlezing met de aanwezige floreenpligteigen en den fungerende dorpsregter getekend op plaats en tijd in het hoofd dezes gemeld.

.

.

 

Jan Walda