De Grytmanswei

In een wat uitgebreide verklaring van de straatnamen vandaag de Grytmanswei die zowel in Niawier en Wetsens voorkomt. De benaming van Grytmanswei komt van het ambt van Burgemeester zoals wij dat nu kennen.
Tot 1853 kende men het ambt van Grytman in plaats van burgemeester, dat heeft tot dat jaartal 1853 geduurd.
Voor de oude benaming Grietenij Oost-Dongeradeel, kwam toen de gemeente Oostdongeradeel in de plaats.
Met de wethouders gekozen uit de gemeenteraad, (voorheen de bijzitters) vormden deze met de burgemeester als college het dagelijks bestuur van de gemeente. Hoe de namencommissie in 1974 tot deze naam is gekomen voor deze weg die vanaf de hoek van de Singel gaat tot kruising Roptawei-Dokkumerwei heeft een geschiedenis.
Eeuwenlang was de naam bekend van de landerijen in deze driehoek langs het ‘ Jellegat of Jaerlasloot’ als de ‘ Grytmanslannen’ . Deze verwijzen zeker naar Minne van Jaerla die woonde op Jaerla-State, een stins of burcht op een hoek aan de rivier de Peasens en de Jaerlasloot. Minne van Jaerla komt in een oorkonde van 1491 voor als grietman van Dongeradeel- Oosterzijde der Paesens. Ook de dichter Anders Minnes Wybenga verwijst in een gedicht van de Grytmanslannen. Overigens heeft deze weg ook de naam Anneweg gehad. Op een kaart uit 1853 staat deze als zodanig vermeld. Vermoedelijk liep een eerste weg over de Singel voorbij het klooster Sion, vandaar dat deze weg voorbij de tweede barten, nu aan het gebruik onttrokken, vanouds de Kloosterweg als naam had.
Waarschijnlijk is de huidige Grytmanswei later opgeknapt en kreeg voorrang in de route Dokkum-Oosternijkerk.
De huidige toestand is dat de percelen van Jellie Allema, Jentje de Vries, Lolke van der Meulen, Meindert Gijzen en Linda Wolf, Dries Braaksma, Jacob de Jong, Hemke Kloostra onder Niawier gerekend worden
De families Gerke Nutma, Auke Nutma, met de familie Meelker worden gerekend tot het dorp Wetsens.
Op deze wijze leeft de naam van het eerder Grytmansambt voort, nu geen persoonsnaam, maar direct ontleend aan de benaming van een van de eerste gezagdragers in de voormalige grietenij Oostdongeradeel. Die in 1984 als Oost en West Dongeradeel en de stad Dokkum verder gegaan zijn als de gemeente Dongeradeel.

Grytmanswei 1

Aan de Grytmanswei 1, in de hoek naar de Singel in Niawier staat een flinke boeren-huizinge, ruim in een groene mantel van struiken en bomen. Het is een zogenaamd Stelpmodel, waarbij een woon- en bedrijfsgedeelte onder dezelfde kap is gebracht. Meestal is het woongedeelte met dakpannen bedekt en het bedrijfsgedeelte met riet of een plaatbedekking. Sinds 2004 wordt de voormalige boerderij bewoond door Linda Wolf (1960) en Meindert Gijzen (1957). Meindert is afkomstig van Muiderberg en is als psycholoog werkzaam bij de PGZ in Franeker. Linda is afkomstig uit Zwolle en heeft als administratief medewerkster een werkkring in Leeuwaren. Naast hun dagelijks werk blijft er nog veel te doen op het ruime erf en in en rond de boerderij, waar de witte herdershond Aslan (een geboren Niawierster) zich ook kan uitleven. ‘Het buiten wonen leek ons een ideaal en dit kwam langs’, zo vertelde Linda. Wij zullen trachten in een overzicht iets te vertellen over de boerderij en de vele bewoners die hier in de loop van de jaren gewoond hebben.
Het huidige kadastrale nummer is E,955 en staat omschreven als huis-schuur-erf en landerijen. De huidige bewoners hebben het geheel in 2004 gekocht van de familie Q.W. Stein, die hier acht jaar hebben gewoond. Deze waren in 1996 eigenaar geworden door de aankoop van het geheel van Jan en Francien Keizer, die hier vanaf 1982 gewoond hebben. Jan en Francien waren in die veertien jaar volledig ingeburgerd in de dorpsgemeenschappen. Afnemende gezondheid noopte hen tot vertrek naar elders.
Jan en Francien kwamen op de boerderij wonen, die toen al niet meer haar oorspronkelijke functie had, nadat Renze Boersma, die gehuwd was met Fokje van Assen met hun gezin hier vijf jaar gewoond hadden. De boerderij was in 1977 aan haar bestemming onttrokken. Ruilverkaveling en schaalvergroting waren er mede de oorzaak van dat Albert A. Kingma en zijn vrouw Gé Kingma-Fokkens stopten met de boerderij, waar vijf van hun zes kinderen geboren zijn. Naderhand werd een nieuwe woning betrokken aan de Singel. Albert vertelde dat de boerderij als een gemengd bedrijf, met schommelingen, 32 en halve pondemaat groot is geweest. Een rijtje met landnamen is de moeite van het noemen waard: voor huis, het kromme pondemaat, hoeke vier, lange vier, de mooie vier, de voorste drie, de oude negen, de vijf aan de vaart, de barre of bargekop en de vijfde half. De woning had toen als nummer I.65 en daarvoor I.52. Er was een brugje over de sloot naar de voordeur, kosten f.240,00 en aan de Singel was een grote diepe poel. In 1953 werd er een mestplaat met gierkolk aangelegd, kosten f.2500,00 terwijl er in 1924 een nieuwe veestalling naast de boerderij werd gebouwd.
Albert en Gé waren de derde generatie van de familie Kingma die op de in 1849 nieuw gebouwde boerenhhuizinge het bedrijf overnamen van vader en moeder Albert A. Kingma en Janke Meinema, die op deze plek met acht kinderen gewoond hebben. Tijdens een brand, in het jaar 1946, werd één van de kinderen als door een wonder uit het vuur gered. Dankzij het moedig optreden, met gevaar voor eigen leven, werd door buurman Lolke Lolkes van de Meulen van de Singel het kind Jannie gered. Lolke van de Meulen is op 5 november 1946 geëerd voor zijn moedig gedrag met een oorkonde en een gouden munt met een inscriptie van het Carnegie Heldenfonds. Albert en Janke Kingma – Meinema waren hun ouders Albert Alberts Kingma senior en zijn vrouw Fetje Zijlstra opgevold, die vanaf 1909 als schipper en koopman van Birdaard eigenaar van de boerderij waren geworden. De boerderij heeft ook een zogenaamde bedrijfswoning gekend in het dorp en er was natuurlijk inwonend personeel zoals knechten en dienstmeiden. Voordat de drie families Kingma ‘buorken’was het in 1893 Renze Gerrits Dijkma, gehuwd met Tjitske Renzes Keegstra, die hier woonden en werkten. Deze waren de opvolgers van Gerrit Bouwes Dijkma, waarvan de kinderen Tetje, Dieuwke, Renze, Janke en Maaike genoemd worden. Een anker in de achtermuur van de schuur, dat helaas is verwijderd, vermeldde dat de bouw in het jaar 1849 was. Bij aankoop van het perceel land voor 1841, genummerd B.608 groot 7650 vierkante meter, en evenals B.609 groot 8410 meter is er sprake van ‘stichting’ voor 1851. Hierbij worden als eigenaars vermeld Pier Innes Rijpma, wed. Albert Aegeles Alberda, landbouwersche te Niawier en wed. Albert Minnes Douma uit Grijpskerk. Toen is de eerste bebouwing op deze plek gerealiseerd. Op een markante plaats die al heel lang het gezicht heeft bepaald aan de doorgaande weg, en die deze geschiedenis heeft geschreven.

Grymanswei 2

Deze woning is het huis van Jentje de Vries (1953) en zijn vrouw Ria Rotteveel (1952).
Hun kinderen Wessel (1979), Herman (1980) en dochter Miriam (1984) zijn alle drie al uitwonend. Jentje en Ria zijn in 1975 getrouwd en hebben ook een poosje in Oosternijkerk gewoond. Maar toen in 1980 de woning op deze plek te koop kwam werd deze gekocht van Wladimir Radovic en Hendrika Wilhelmina de Vries, die als kunstenaar worden vermeld. Bij deze aankoop kreeg de woning met het schuurgedeelte een grote opknapbeurt. Hierbij bleef de authentieke vormgeving van het ‘gerniersspul’, dit is een kleine boerenwoning met de mogelijkheid tot veestalling, gehandhaafd. Wel werd, door aankoop van extra terrein, het bijbehorende erf uitgebreid. Ook heeft de woning na de verbouwing een bijzondere naam gekregen: Veni Vidi Vici. ‘Ik kwam, zag en overwon’, een uitspraak van Julius Caecar, in het jaar 47 voor Christus. Is Jentje in zijn dagelijks leven special accountmanager bij NVB Vermeulen Bouwstoffen te Dokkum, zijn ambitie voor de fraaie tuin, een volière met tropische vogels en wat kleinvee verschaffen hem en zijn vrouw veel plezier. Ria heeft, naast de zorg voor het huis en de tuin, ook een taak als vaste vrijwilligster in het verenigingsgebouw Nij Sion.
Het is interessant de geschiedenis van deze karakteristieke woning na te gaan. Het blijkt dat in 1975 Wijtze Vogel, hotelhouder te Anjum, eigenaar was en de woning gekocht had van Siebe Simons Katsma die getrouwd was met Grietje de Jong. De familie Katsma had in 1954 de woning gekocht van Tjalling Joh. Holwerda die gehuwd was met Sietske de Jager. Zij oefenden hier een gardeniersbedrijf uit en hebben in 1937 het woonhuis vernieuwd. Het huisnummer was I.31 en werd later I.38. Is het huidige kadastrale nummer E.712, dit heeft in de loop der jaren ook B.2032, B.1343 en B.1304-1305 gekend, groot 7 are en 40 ca. Oorspronkelijk was het huis en terrein 2 are 90 ca groot waarbij er door de jaren heen ook verschillende grondeigenaren waren. In 1937 woonde hier Sieger Siemons Kloostra, die in 1929 de woning had gekocht van Pieter Sipkes Wouda. Deze was in 1906 eigenaar geworden waarbij er ook sprake is van ‘vereniging’, wat uitbreiding tot 7 are en 40 ca zou kunnen betekenen omdat er rond die tijd veel kleine nieuwe gardeniersbedrijven werden opgericht. Mogelijk ook door het feit dat met de opkomst van de melkfabrieken de afzet en het leveren van melk aan de fabriek lonend was. Weer daarvoor worden als mede-eigenaren vermeld Trijntje Thomas Holwerda, wed. van Douwe Douma, winkeliersche te Ee.
In 1905 is er sprake van verkoop van de woning, die vermoedelijk in 1881 is gebouwd als dienstwoning op een hoek van het perceel bouwland B.639. Want in 1881 is er sprake van ‘stichting’, waarbij Mr. Lambert Willem van Kleffens, notaris te Metslawier en Pieter Ypes Vellinga, bakker te Paesens als eigenaars worden vermeld. In die tijd was het niet ongebruikelijk dat particulieren fungeerden als geldverstrekker, waarvan in onze tijd de bank veelal deze taak heeft overgenomen. Weer daarvoor waren Klaas Aukes Vellinga, landbouwer en bakker te Niawier, en meerdere eigenaren van een aantal landerijen geworden. Dezen kwamen vrij door de verkoop van landerijen van boerderij no. 1 te Niawier waar nu het gebouw van de Gereformeerd kerk is gevestigd. Het gehele gebied tussen de Stjelp, de Singel en de Bredewei tot aan de woning van Gosse W. Braaksma was tot ongeveer 1920 geheel onbebouwd. Het was tot 1614 allemaal land van het voormalige klooster Sion. Met de boerderij aan de Grymanswei 1, aan de andere kant van de weg, was het de eerste bebouwing bij de ingang van het dorp vanaf richting Dokkum.

Grytmanswei 6

De stjelp oan ‘e Grytmanswei 6, dêr’t Dries en Maaike Braaksma mei harren bern wenje, hat mei it plak, in terp yn it lânskip, al in hiel lange histoarje.
Yn it koart wolle wy de skiednis fan sa’n 400 jier bylâns gean. Lyk as de measte pleatsen fan Nijewier en Wetsens wie der yn 1580 al sprake fan pleatsen, dy ‘t eigendom wiene fan it kleaster Sion. Foar Nijewier ien fan de 19. It earst waard der melding fan dien yn ‘e Kleasterargiven en it register van Geestelijke Opkomsten in Oostergo, it saneamde register van Aanbreng fan Pof. Dr. J. Reitsma. Nei 1580, doe’t it Kleaster ophâlde fan bestean, treffe wy yn ‘e Floreenkohieren fan 1640 as eigner Jurjen Scheltes oan, en as hierder bewenner Ate Sjolles. De pleats is dan 62 pounsmiet grut. Oant yn 1700 de famylje Fonteijn út Harns oant 1838 ta eigners bliuwe, fan famylje op famylje. Hierders binne fan 1700 oant 1748 Paulus Mames en dernei Mame Paulus, oant  1758. Dan komme wy de hierders Douwe Jacobs tsjin. Dit oant 1757 ta. Dernei Sjoerd Freerks oant 1818. Yn 1818 is dat Jan Sjoerds Bouma, wylst Gerrit B. Dijkma fan 1828 oant 1858 hierder gebrûker wie fan it gehiel. De pleats wie nûmer 3 fan de stimdragende pleatsen yn Nijewier. Nei 1858 wie Aafke Tjallingie eigneresse, en fruchtgebrûkster wie Catharine Wiersma. Doe wie der ek it measte lân by de pleats. 30 ha. 24 a. en 50 ca. It moat in kop-hals-romp type pleats west hawwe neffens de kadastrale kaart fan 1813, “met boomgaard en een brede diepe gracht”. Yn 1881 is der sprake fan ferkeap en skieding en wurde der ferskate eigners neamd û.o: Fokje Jacobs te Metslawier. Jentje Ruurds de Jong, koopman en kamerbehanger uit Dokkum, Tjeerd Pieters Dokter, gardenier te Hantumer-Uitburen en te Niawier. En yn 1890 is Aant Kornelis Straatsma gardenier eigner. Dan is der ek sprake fan ferkeap, “verkleining en herbouw en demping van de gracht”. Soene it de minne tachtiger jierren west hawwe, dat yn 1890 it spul op buorden kaam? It moat hast wol sa wêze. Dêr foar wiene alle landerijen tusken de Anneweg, wat no de Grytmanswei is, en de wei fan Dokkum nei Mitselwier praktysk yn gebrûk by dizze pleats. Der bleaunen 3 kadestrale nûmers oer, mooglik hat der ek noch in lyts wentsje stien op it terrein fan dizze grutte pleats. It kin ek in arbeiderswente west hawwe. Frij seker is doe de hjoeddeiske stjelp boud, wer as ek lang twa húshâldings op wennen. Fan 1890 ôf oant 1907 is Jan Jans Wybenga eigner-gebrûker fan in lyts part fan it lân. Yn 1907 isJanke Jousma, widdo fan Klaas Klazes Langhout eigneresse, oant yn 1914 blykt dat de Christelijke Gereformeerd Gemeente te Wouterswoude de nije eigneresse is. Mooglik in skinking oan ‘e tsjerke, of in legaat.
Yn 1907 giet de famylje Jan Jans Wybenga mei syn frou Willemke Klazes Vlasman en harren 6 bern nei Noard-Amearika. Dêrnei komme wy in protte famyljes tsjin dy ‘t op ‘e stjelp wenne ha. It wie net altiten like maklik om it út te finen, omdat de hûsnûmering ek feroare yn dy tiid. Yn 1907 komme wy Rienk Lieuwes van der Wielen tsjin en syn frou Sjoukje Lijzenga. Op 1 febrewaris 1908 Pieter Annes Boersma en Trijntje Johanna van Dijk. Yn maaie 1912 Folkje Annes Dijkstra, widdo fan Folkert Tjipkes Sminia. Oktober 1915 Tjalling Kampstra en syn frou Ytje van der Wielen. Maaie 1917 Jan Postmus en Tsjikke Iedema. Yn 1925 Minne Wybenga en Ynskje Elzinga. De bern, dy ‘t ek yn ‘e hûs wiene by dizze famyljes, steane wol opskreaun, mar binne hjir net neamd.
Yn 1927 komme Geert Pieters Braaksma mei syn frou Griet Minnema fan Bollingawier ôf nei Nijewier op ‘e stjelp te wenjen. Se ha der oant 1955 ta wenne, en doe binne soan Bean en Froukje Kooi troud en op de stjelp kaam te wenjen. It spul is doe ek kocht wurden en yn eigendom rekke, oant yn 1986 soan Dries, dy ‘t troud is mei Maaike Lycklema a Nijeholt it wer fan syn âlders oernommen hat.
Yn it ferhaal fan doarpsgenoaten en harren wurk, wurde de hjoeddeiske ûntjouwings beskreaun fan dit bedriuw, mei de grutte loadsen en de wynmûne. It bliuwt in feit dat it al ieuwen lang in wenplak west hat foar minske en bist.
De namme ‘de stjelp’ stiet foar in pleats, wêr as it wenpart mei it bedriuwsgebou ûnder itselde dak binne. Dizze bou kaam in protte foar begjin 1900. It wiene yn feite lytse gernier spultsjes. Wy sjogge se yn ús doarpen noch  rûnom. It binne altyd noch karakterastike spultsjes. Hjoed de dei is in losse huzinge mei in lisboksbûthús en in loads foar it ark wat de tiid freget. Om ús doarpen hinne sjogge wy sawol it kop-hals-romp type, it dwers pleatste foarhûs as wol de tradisjonele stjelp. En hieltyd mear de losse huzings mei in lisboksbûthús.
De hûsnûmers fan de no beskreaune stjelp wiene yn 1853, 12 en 12a. Yn 1900 wie dat 30 en 32. Yn 1952 wie it âld 32 en waard it I 40. Doe’t der yn 1970 offisjele strjitnammen kamen, waard it Grytmanswei 6.
Fan Pier Prins krigen wy, neist in protte ynformaasje, noch in foto taskikt út Amearika wei, wer’t de famylje fan de âldste soan fan Jan Jans Wybenga op te sjen is. Jan, dy ‘t yn 1907 mei heit en mem en broers en susters mei nei Amearike gien is.

 

f.l.n.r.
1. Joh. Malda, troud mei Janke neist him. De âldste soan Jan, Connie neist soan William (Willem) en dan heit Jan Jans.
7. Andries, syn frou Selia, dêrfoar Andries syn jongste soan Gerrit en dan Andries mei syn dochter Doortje en as lêste Heleen, de jongste dochter. Soan Bendert wie yn tsjinst en dochter Elisabeth wie troud en wenne yn Michigan.

Mei tank oan allegearre dy ‘t sa réwillig wiene om ynformaasje te jaan, benammen Reinder Tolsma, foar de âldste skiednis.
Sûnder de help, ek fan de meiwurkers fan it streekargivariaat wie it net mooglik al dizze saken boppe tafel te krijen.

 

Jan Walda

Copyright © Jan Walda

Bron: Publicatie in “Doarpskrante fan Nijewier – Wetsens”

Grytmanswei